FRAIL-AF onderzoek

Een aanzienlijk deel van de bevolking heeft atriumfibrilleren (AF). De prevalentie van atriumfibrilleren is 9% bij mensen ouder dan 75 jaar en loopt op tot 18% bij kwetsbare ouderen. Patiënten met atriumfibrilleren hebben een verhoogd risico op een trombo-embolische aandoening. Om het tromboserisico te verlagen, worden anticoagulantia voorgeschreven. Sinds 2008 hebben artsen en patiënten de keuze uit twee verschillende soorten anticoagulantia: de traditionele vitamine K-antagonisten (VKA’s) de niet-vitamine K-antagonist orale anticoagulantia (NOACs) of ook wel genoemd de direct werkende orale anticoagulantia DOACs). Beide middelen zijn zeer effectief als het gaat om het voorkomen van een ischemisch CVA. Toch worden DOAC’s in toenemende mate verkozen boven een VKA vanwege het lagere risico op ernstige bloedingen, zoals een intracraniële bloeding.

Een groeiende groep patiënten met atriumfibrilleren is kwetsbaar en (zeer) oud. Er is vrijwel nog geen onderzoek gedaan naar het optreden van bloedingscomplicaties bij DOAC’s voor deze patiëntengroep. Daardoor is het nog onbekend welk anticoagulans het beste kan worden voorgeschreven bij deze groeiende groep kwetsbare ouderen: een VKA of een DOAC?

Om een antwoord op deze vraag te krijgen, heeft het UMC Utrecht, divisie Julius Centrum, samen met artsen en onderzoekers van verschillende trombosediensten verspreid over heel Nederland een pragmatisch gerandomiseerd onderzoek opgezet: het FRAIL-AF onderzoek. Het doel van dit onderzoek is uitzoeken of het overzetten van acenocoumarol of fenprocoumon naar een DOAC leidt tot minder bloedingen bij kwetsbare ouderen met niet-valvulair atriumfibrilleren. Secundair wordt er gekeken naar het optreden van trombo-embolische aandoeningen, ischemische en hemorragische CVA’s, kwaliteit van leven, kosteneffectiviteit en risicofactoren voor een bloedingscomplicatie.

De onderzoekers van het UMC Utrecht coördineren samen met de trombosediensten het overzetten naar een DOAC bij patiënten in de interventiegroep. De keuze voor één van de vier DOAC’s (dabigatran, rivaroxaban, apixaban of edoxaban) wordt door de behandelend arts zelf gemaakt. Na het eerste recept, van een maand, zal de patiënt een herhaalrecept aanvragen bij de huisarts.

Het FRAIL-AF onderzoek is eind 2017 gestart en heeft per patiënt een follow-up duur van één jaar. De resultaten worden in 2023 verwacht. Het onderzoek wordt gefinancierd via het Goed Gebruik Geneesmiddelen programma van ZonMw.

Informatie link: https://juliuscentrum.umcutrecht.nl/nl/studies-en-cohorten/frail-af

Trombosedienst RKZ en Starlet zijn deelnemers aan deze studie