Welke antistollingsmiddelen zijn er?

Antistollingsmiddelen (of bloedverdunners) zijn te verdelen in vier hoofdgroepen. Landelijk gezien zijn DOAC’s voor een aantal aandoeningen tegenwoordig de eerste keus. De arts bespreekt met u welk medicijn het best past bij úw behandeling.

De 4 typen antistollingsmiddelen

Vitamine K-remmers
acenocoumarol en fenprocoumon (marcoumar®)

DOAC's
bijv. apixaban (eliquis®),
rivaroxaban (xarelto®), edoxaban (lixiana®) en dabigatran (pradaxa®)

Plaatjesremmers
bijv. acetylsalicylzuur (aspirine®), carbasalaatcalcium (ascal®)
 en clopidogrel (plavix®)

LMWH-spuitjes
bijv. enoxaparine (clexane®)
, nadroparine (fraxiparine®, fraxiparine forte®) en tinzaparine (innohep®)

1. Vitamine K-remmers (VKA’s)  

 Twee soorten:

  • acenocoumarol
  • fenprocoumon (marcoumar®)

Over het medicijn
Vitamine K is belangrijk bij een aantal stappen in het proces van bloedstolling. Heeft u kans op een trombose, dan kan het nodig zijn om de werking van vitamine K in uw bloed af te remmen. Hiervoor schrijft de arts dan vitamine K-remmers voor (ook VKA’s genoemd): acenocoumarol of fenprocoumon. Het verschil in deze twee zit vooral in de werkingsduur: acenocoumarol verdwijnt sneller uit het lichaam. Bij gebruik van VKA’s moet u uw INR regelmatig laten controleren door de trombosedienst. Dit bepaalt hoeveel tabletten u per dag moet innemen.

Deze medicijnen zijn bedoeld om:

  • een trombosebeen of longembolie te behandelen
  • een herseninfarct te voorkomen bij boezemfibrilleren
  • een embolie te voorkomen bij een kunsthartklep

Bent u (misschien) zwanger?
Vitamine K-remmers mogen de eerste 16 weken van de zwangerschap niet gebruikt worden. Als u denkt dat u zwanger bent, overleg dan snel met uw arts!

Operatie gepland?
Slikt u vitamine K-remmers en moet u een ingreep ondergaan bij de huisarts, tandarts of specialist? Uw arts kan u dan de instructie geven om enkele dagen voor de ingreep te stoppen met uw medicatie. Wordt het risico op trombose daarmee te groot? Dan krijgt u tijdelijk LMWH-spuitjes, een sneller afbreekbaar antistollingsmedicijn. Deze overbrugging start meestal enkele dagen voor de ingreep. Daarna krijgt u de LMWH-injecties tijdelijk samen met uw normale antistollingstabletten. Uw trombosedienst controleert dan uw INR. Zodra uw INR weer stabiel is, geeft uw trombosedienst aan dat u de LMWH-injecties mag stoppen. Stop de behandeling met spuitjes nooit op eigen initiatief!

 

2. DOAC’s

Bijvoorbeeld:

  • apixaban (eliquis®)
  • dabigatran (pradaxa®)
  • rivaroxaban (xarelto®)
  • edoxaban (lixiana®)

Over het medicijn
DOAC’s zijn vrij nieuwe bloedverdunners die direct de werking van één stollingsfactor in uw bloed remmen. Het antistollend effect van DOAC’s is goed te voorspellen. Daarom hoeft u niet (meer) naar de trombosedienst voor controle van uw bloed.
Een ander zeer belangrijk voordeel: DOAC’s geven minder risico op een ernstige bloeding, de kans op een bloeding in het hoofd daalt met 50% t.o.v. die onder vitamine K-remmers. Tussen de soorten DOAC’s bestaan kleine verschillen, bijvoorbeeld de dosering (1x of 2x per dag). Verder wordt Dabigatran (pradaxa®) voornamelijk door de nieren uitgescheiden en is daarom meer afhankelijk van de nierfunctie qua dosering.

DOAC’s zijn bedoeld om:

  • een trombosebeen of longembolie te behandelen
  • een herseninfarct te voorkomen bij boezemfibrilleren
  • trombose te voorkomen bij een vervangingsoperatie van heup of knie

Bent u zwanger of geeft u borstvoeding?
Deze medicijnen mogen niet gebruikt worden tijdens de zwangerschap of als u borstvoeding geeft. Bent u (misschien) zwanger, overleg dan snel met uw arts!

Zorgvuldig slikken
DOAC’s hebben dus voordelen, maar het gebruik ervan vraagt wel aandacht. U moet altijd de juiste hoeveelheid medicijnen op het juiste moment slikken. Gaat u hier slordig mee om
en slikt u niet elke dag uw DOAC, dan werkt het middel niet, temeer omdat het middel in het bloed weer snel wordt afgebroken. Het risico op een stolsel of bloeding neemt dan toe. Let hier dus goed op! Uw apotheker of arts kan u tips geven die u helpen de therapie goed te volgen.
Als u DOAC’s gebruikt, moet elk jaar uw nierfunctie worden gecontroleerd. De nieren zijn belangrijk voor de verwerking van de DOAC’s in het lichaam.

Wat betekent DOAC?
De afkorting DOAC staat voor Direct werkende Orale Anti-Coagulantia. Dat wil zeggen: direct werkende antistolling die u inneemt via de mond. Dit type medicijn werd ook wel NOAC genoemd: Nieuwe Orale Anti-Coagulantia.

 

3. Plaatjesremmers

Bijvoorbeeld:

  • acetylsalicylzuur (aspirine®)
  • carbasalaatcalcium (ascal®)
  • clopidogrel (iscover®, plavix®, grepid®)
  • dipyridamol (persantin®)
  • clopidogrel/acetylsalisylzuur (duoplavin®)
  • prasugrel (efient®)
  • ticagrelor (brilique®)

Over het medicijn
Plaatjesremmers maken uw bloedplaatjes minder kleverig, waardoor uw bloed minder snel stolt. Bloedplaatjes zijn op zich zeer nuttige cellen in uw bloed. Ze plakken aan de bloedvatwand en aan elkaar als die bloedvatwand beschadigd raakt. Bijvoorbeeld bij een ongeluk of een operatie. Maar als ze te krachtig werken, moeten ze worden afgeremd. Bijvoorbeeld na een hartinfarct.

Plaatjesremmers zijn bedoeld om een hartinfarct of herseninfarct te voorkomen, of een herhaling ervan. De bekendste plaatjesremmers zijn aspirine® (acetylsalicylzuur), ascal® (carbasalaatcalcium) en plavix® (Clopidogrel). Soms krijgt u naast de plaatjesremmer nog een ander antistollingsmiddel voorgeschreven. Als u alleen plaatjesremmers slikt, is controle van uw bloed door de trombosedienst niet nodig.

 

4. Spuitjes met heparine (LMWH)

Bijvoorbeeld:

  • dalteparine (fragmin®)
  • enoxaparine (clexane®)
  • nadroparine (fraxiparine®, fraxiparine forte®)
  • tinzaparine (innohep®)

Wat betekent LMWH?
De afkorting LMWH staat voor Low Moleculair Weight Heparin. In het Nederlands vertaalt is dit laag moleculairgewicht heparine. LMWH is een van de bekendste antistollingsmiddelen, die bijvoorbeeld goed tijdens de zwangerschap kan en mag worden gebruikt.

Over het medicijn
LMWH is een bloedverdunner in de vorm van spuitjes. U kunt dit zelf of door iemand anders onder uw huid laten toedienen. Uw arts bepaalt de hoeveelheid LMWH die u krijgt, aan de hand van uw gewicht, uw nierfunctie en het doel van de behandeling. Het antistollingsmedicijn in de LMWH-spuitjes is snel werkzaam. In vergelijking met VKA's houdt de werking korter aan. Dit heeft soms voordelen, vooral om voor een kortere periode de trombosekans te verkleinen. Soms worden ze in combinatie met VKA's gebruikt.

LMWH kan worden gegeven:

  • om een trombosebeen of longembolie te behandelen
  • om trombose te voorkomen na een operatie (bijv. knie- of heupvervanging)
  • om trombose te voorkomen bij een periode met bedrust
  • als u zwanger bent en (kans op) trombose heeft
  • als u net een trombose of embolie heeft gehad en uw VKA’s nog niet goed zijn ingesteld
  • eventueel tijdelijk rondom een ingreep als de eigen antistolling tijdelijk gestopt moet worden