Gaat u acenocoumarol of fenprocoumon slikken als bloedverdunner? Dan moet de stolling van uw bloed regelmatig worden gecontroleerd. Dit wordt gedaan door de trombosedienst in uw regio.
Uw arts meldt u aan bij de trombosedienst met de volgende extra informatie:
- welke medicatie u gebruikt
- de reden van de antistollingsbehandeling
- hoe lang u moet worden behandeld
- hoeveel tabletten u de eerste dagen moet innemen
Eerste gesprek en bloedafname
De trombosedienst neemt daarna contact met u op voor een eerste bloedafname en intakegesprek. Voor de verdere controles maakt u zelf afspraken bij een prikpost van de trombosedienst. Bij medische noodzaak kan de trombosedienst u ook thuis prikken. Tijdens het intakegesprek wordt ook besproken of u eventueel kunt gaan zelfmeten en zelfdoseren.
INR: goed om te weten!
Bij uw eerste bezoek aan de trombosedienst zult u direct de term INR horen. INR is een afkorting van het Engelse begrip International Normalized Ratio. De INR is een getal dat uitdrukt hoe snel uw bloed stolt. Het is belangrijk om dit regelmatig te (laten) meten. Zo kan uw arts het effect van uw behandeling checken en uw medicatie eventueel aanpassen. Voor het meten van de INR is het nodig om een beetje bloed bij u af te nemen. Dit kan tegenwoordig vaak met een eenvoudige vingerprik.
Normaal gesproken ligt uw INR rond de 1,0. Wanneer u vitamine K-remmers gaat slikken, wordt dit getal hoger. Dit betekent dat uw bloed langzamer gaat stollen, waardoor uw trombose-risico afneemt. Dat is precies de bedoeling van uw behandeling! Maar uw INR moet ook weer niet té hoog worden, want dan loopt u juist meer risico op bloedingen. Uw INR moet zich het liefst in een bepaalde marge bevinden. Binnen deze marge is de kans op trombose én de kans op bloedingen zo klein mogelijk. Dit noemen we de therapeutische range of optimale intensiteitsgrens. Uw behandelend arts stelt vast wat voor u de goede range is. Dit hangt af van de reden waarom u antistollingsmedicijnen gebruikt.
De optimale intensiteitsgrenzen voor verschillende behandelredenen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Wereldwijd worden twee therapeutische ranges gehanteerd, met een hoge en lage intensiteit. Voor de lage intensiteit is dat 2,0 - 3,0 en voor de hoge 2,5 - 3,5.
Uw INR kan een beetje schommelen. Hierop kunnen verschillende factoren van invloed zijn, bijvoorbeeld andere medicatie, ziekte en voedsel. Juist daarom is regelmatige controle van deze INR-waarde zo belangrijk.
Zelfmeten of controle bij de trombosedienst
Veel mensen laten zich prikken door de trombosedienst. U kunt ook aangeven dat u de INR zelf wilt bepalen met een zelfmeetapparaat. De trombosedienst begeleidt u hierin. Zelfmeten is niet altijd mogelijk is. Uw trombosedienst kan u informeren over de voorwaarden.
Zelfmeten gebeurt met een apparaat dat u in bruikleen krijgt van uw trombosedienst. U prikt dan met een speciale prikpen in uw vinger. Daarna doet u een druppeltje bloed op een teststrookje dat u in het zelfmeetapparaat heeft geschoven. Na enkele seconden verschijnt de uitslag van de meting op het scherm van het apparaatje. Deze uitslag geeft u door aan uw trombosedienst. Voor zelfmeten is het in principe gewenst dat u een computer heeft met een internetverbinding. Toch is dit niet altijd een voorwaarde voor het zelfmeten. Vertel het daarom altijd bij uw trombosedienst als u interesse heeft in zelfmeten.
Voordelen van zelfmeten:
- INR thuis of tijdens vakantie zelf bepalen
- vingerprik is minder belastend
- grotere vrijheid en meer zelfstandigheid
- geen wachttijden
Vraag gratis de Antistollingspas aan!
Wij adviseren patiënten van de trombosedienst een antistollingspas bij zich te dragen. In geval van nood kunnen artsen wereldwijd dan altijd zien welke bloedverdunner(s) u gebruikt. Wij raden u aan uw pas altijd bij u te dragen! Bijvoorbeeld bij uw rijbewijs of identiteitsbewijs. Vraag gratis uw Antistollingspas aan bij de Trombosestichting Nederland, klik hier!