Startdosering
Startdosering is afhankelijk van de leeftijd en het al dan niet aanwezig zijn van relatieve contra-indicaties*
Opstartdosis bij een patiënt die voor het eerst opstart met VKA:
Met acenocoumarol:
- 1ste dag 6 tabletten (4)*
- 2de dag 4 tabletten (2)*
- 3de dag 2 tabletten (1) *
Met fenprocoumon (Marcoumar®)
- 1ste dag 4 tabletten (3)*
- 2de dag 2 tabletten (1) *
- 3de dag 1 tabletten (1/2)*
*) ernstig ziek zijn / slechte voedsel-intake / leverziekte / hartfalen / verhoogde bloedingsneiging / leeftijd ≥ 70 jaar
N.B. Bij herstart met een VKA na een ingreep of operatie geldt een andere dosering. Voor acenocoumarol starten met 1,5 x de gemiddelde dagdosis, voor fenprocoumon met 2 x de gemiddelde dagdosis.
Na het innemen van de startdosering wordt de INR bij voorkeur bepaald op dag 3 of 4. De therapeutische waarde is afhankelijk van de indicatie voor antistolling. In Nederland wordt een lage therapeutische waarde aangehouden van INR 2,0 tot 3,0 en een hoge therapeutische waarde van 2,5 tot 3,5.
De dosis van de VKA dient op een vast tijdstip, liefst rond het avondeten, ingenomen te worden. Hierdoor is het mogelijk de patiënt bij een afwijkende INR een aangepaste dosis te laten innemen op de dag waarop de controle heeft plaatsgevonden.
De werking van vitamine K antagonisten wordt beïnvloed door interacties met andere medicijnen, die zowel versterkend als remmend kunnen werken. Bij gelijktijdig gebruik dient dit te worden gemeld aan de trombosedienst.
Een actuele lijst met interacties is te vinden op de website van de Federatie Nederlandse Trombosediensten (Link www.FNT.nl/behandeling/cumarine-interacties.html).
Voor doseringen voor zuigelingen en kinderen zie het kinderformularium van de NKFK (LINK https://www.kinderformularium.nl/)