Laag complexe antistollings-zorg
-
Chronische antistolling met één middel (DOAC of VKA) bij atriumfibrilleren.
-
Initiëren antistolling bij diepe veneuze trombose (DVT) of oppervlakkige tromboflebitis.
-
Verlengde antistolling (> 3 maanden) bij VTE (NB: indicatiestelling is reden voor overleg met medisch specialist - zie hieronder).
-
Primaire en secundaire preventie atherosclerotisch vaatlijden met één TAR
Antistollingszorg is vaak hoog-volume en laag-complex. Echter ook bij laag complexe antistollingszorg is aandacht en controle nodig. Er moet altijd een medicatie overdracht zijn en de indicaties voor de antitrombotica moeten bij alle betrokken behandelaars, maar ook bij de patiënt en mantelzorger duidelijk zijn.
Bij laag-complexe patiënten kan zowel de huisarts als medisch specialist voorschrijver en behandelaar zijn en regie houden over antitrombotische medicatie. Belangrijk bij de keuze omtrent regievoering is de aanwezigheid van voldoende kennis en ervaring met antitrombotische zorg.
De belangrijkste taak van de regiehouder is het borgen van de follow-up controles en aanspreekpunt zijn voor vragen van patiënt en mantelzorger.