Covid-19 vaccinatie bij gebruik antistollingsmedicatie

Onderstaande is gebaseerd op de RIVM uitvoeringsrichtlijn en het advies van de Federatie van Nederlandse Trombosediensten (de Kunst van het Doseren).

Algemene adviezen

  • Het vaccin dient en kan intramusculair toegediend te worden, indien < 1 mL (Pfizer 0,3 ml, Moderna 0,5 ml)
  • Bij het gebruik van Vit-K-antagonisten moeten de instructies van de trombosedienst worden opgevolgd, indien aanwezig
  • Als de behandelaar intramusculair vaccineren afraadt, kan de patiënt niet gevaccineerd worden met het COVID-19 vaccin

Vitamine-K antagonist

  • IM-vaccinatie (≤ 1 mL) kan toegediend worden indien de patiënt stabiel is ingesteld.
  • Bij een wisselende INR / instabiele patiënt kan IM gevaccineerd worden als de INR <3,5 is: liefst INR max. 72 uur oud (RIVM advies), in ieder geval max. 7 dagen oud (trombosedienst-protocol).
  • Indien INR voor vaccineren > 3.5; trombosedienst regelt dat INR op moment van vaccineren < 3.5 is (gemeten of aannemelijk na dosisaanpassing).
  • Meteen na de vaccinatie 2 minuten de injectieplaats af (laten) drukken, niet wrijven

DOAC of LMWH

  • Belangrijk is timing van vaccinatie tov inname DOAC/LMWH toediening, piekspiegel is 3-4 uur na inname
  • 1 x daags DOAC/LMWH: minimaal 12 uur tussen laatste inname DOAC/toediening LMWH en vaccineren.
  • 2 x daags DOAC/LMWH: vlak voor inname DOAC/toediening LMWH vaccineren
  • Indien niet haalbaar, dan vaccineren in ieder geval > 4 uur na laatste inname/toediening
  • Indien vaccinatie toch < 4 u na inname DOAC/toediening LMWH, dan 10 minuten stevig afdrukken zonder te wrijven

Trombocytenaggregatieremmers (mono- of duale therapie)

  • Na vaccineren 2 minuten stevig afdrukken zonder te wrijven.

Referenties

RIVM uitvoeringsrichtlijn: https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19-vaccinatie

Trombosedienst protocol (de Kunst van het doseren): https://www.fnt.nl/kwaliteit/de-kunst-van-het-doseren