Behandelduur
De duur van behandeling wordt bepaald na een afweging van het risico op recidief DVT en het risico op bloedingen tijdens behandeling. De behandelduur van DVT wordt niet bepaald door de mate van resttrombus.
De duur van de behandeling is samengevat in onderstaande tabel:
Het risico op bloedingen kan worden ingeschat met behulp van onderstaande tabel
Tabel: risicofactoren voor bloeding
|
Afwegingen:
- De kans op recidief trombose hangt sterk samen met de omstandigheden waaronder de trombose is ontstaan.
Het risico op een recidief trombose met een tijdelijke risicofactor (zoals operatie, langdurige immobilisatie, zwangerschap) is laag, terwijl het risico op een recidief bij een trombose zonder tijdelijke risicofactor hoog is. - Predictiemodellen voor recidief trombose zijn onvoldoende betrouwbaar om de behandelingsduur te titreren. Wel is het risico van recidief trombose verhoogd bij een behandeling korter dan drie maanden. Zodoende is het advies om een idiopathische trombose ten minste drie maanden te behandelen. Na de eerste drie maanden dient een individuele afweging gemaakt te worden van het bloedingsrisico.
- Het risico op een ernstige bloeding is verhoogd tijdens behandeling met antistolling (3% per jaar).
Aanbeveling:
- Behandel patiënten met een eerste episode van VTE na een tijdelijke risicofactor (zoals operatie, langdurige immobilisatie, zwangerschap) gedurende drie maanden met antistolling.
- Behandel patiënten zonder tijdelijke risicofactor (operatie, langdurige immobilisatie, zwangerschap) gedurende tenminste drie maanden met antistolling.
Maak na drie maanden behandeling een individuele afweging tussen bloedingsrisico en het verlagen van het recidief tromboserisico van een verlengde behandeling en herhaal jaarlijks deze afweging. Hierbij dient de patiënt nadrukkelijk betrokken te worden.
Voor deze afweging mag de patiënt na onderling overleg terugverwezen worden naar de huisarts. - Behandel patiënten met een eerste episode van een idiopathische VTE en een hoog bloedingsrisico gedurende drie maanden met antistolling.
- Behandel patiënten met een recidief (idiopathisch of uitgelokte) trombosebeen voor onbepaalde tijd met antistolling. Beperk bij patiënten met een hoog bloedingsrisico de duur van deze behandeling tot drie maanden.
- Behandel patiënten met een trombosebeen en een maligniteit gedurende tenminste zes maanden.
Zolang er sprake is van actieve maligniteit dan wel chemotherapie of adjuvante behandeling kan deze behandeling worden verlengd.
Behandel patiënten met een hoog bloedingsrisico ten minste drie maanden. Maak regelmatig, in ieder geval jaarlijks, een individuele afweging tussen bloedingsrisico en het verlagen van het recidief tromboserisico van een verlengde behandeling. - Behandel patiënten met trombosebeen, die in aanmerking komen voor continueren van behandeling, heeft het de voorkeur om de initiële behandeling voort te zetten. Bij Apixaban en rivaroxaban wordt de dosering na 6 maanden aangepast tot de helft van de initiële dosis.
- Baseer de behandelduur van een idiopathische trombosebeen niet op risicoscores, D-dimeer of resttrombus.
- Bij een trombosebeen bij gebruik van orale anticonceptie dient deze gestaakt te worden minimaal 1 cyclus voor het staken van de antistolling.
- Bij vrouwen met antistolling voor trombosebeen en hypermennorhoe kan orale anticonceptie worden voorgeschreven. Deze dient minimaal 1 cyclus voor het staken van de antistolling gestaakt te worden.