Diagnostiek

Diagnostische strategie

Strategie

Diagnostische strategie bij verdenking diepe veneuze trombose been:

  • Klinische beslisregel volgens Wells score (KBR)
  • D-dimeer
  • Echografie (compressie-ultrasonografie, CUS)

D-dimeer

De D-dimeer test heeft een hoge sensitiviteit voor trombose (98-100%), echter een lage specificiteit (35-45%).  Het is aangetoond dat de combinatie van een lage en matige klinische voorafkans (KBR<2) bepaald met de klinische beslisregel volgens Wells (link) en een normale D-dimeer uitslag bij patiënten met verdenking DVT deze diagnose veilig uitsluit, met een hoge negatief voorspellende waarde. Alle overige patiënten  moeten additionele testen ondergaan zoals de echografie.

 

Echografie (compressie-ultrasonografie, CUS)

Echografie heeft een sensitiviteit en specificiteit van 90-95 % bij de diagnostiek van proximale trombose van het been en is derhalve het onderzoek van keuze. Bij een hoge klinische verdenking en een negatieve CUS dient de echografie na 5-7 dagen te worden herhaald.

Controle echografie van het been na behandeling DVT: In principe niet geïndiceerd, echter voor een betere beoordeling in de toekomst van een recidief DVT van het been wordt geadviseerd om na ongeveer 3 tot 6 maanden antistollingsbehandeling een uitgangsecho te verrichten voor het vastleggen van de mate van resttrombose. Deze uitgangsecho is geïndiceerd bij patiënten waarbij de antistollingsbehandeling wordt gestaakt (echo verrichten voor het staken van de antistolling).

 

Noodzaak Trombofilie onderzoek?

Bij uitgelokte veneuze trombo-embolie (VTE), zoals na een operatie, langdurige immobilisatie of verre vliegreis, wordt geen aanvullend onderzoek verricht naar mogelijke risicofactoren voor trombose.

Bij een niet uitgelokte (idiopathische) VTE wordt antifosfolipiden onderzoek verricht bij de jongere patient (anticardiolipine antilichamen en bèta 2 glycoproteïne antilichamen, lupus anticoagulans).

Bij bijzondere vormen van VTE, zoals een mesenteriaal trombose, v. portae trombose en Budd Chiari-syndroom of een cerebrale sinustrombose, kan uitgebreid trombofilieonderzoek plaatsvinden, inclusief onderzoek naar myeloproliferatieve ziekten of paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie, dit in overleg met de hematoloog.

Bij vragen over trombofilie onderzoek kan patiënt verwezen worden naar de polikliniek hematologie/ vasculaire geneeskunde

 

Screening naar onderliggende maligniteit?

Uitgebreide screening (CT-scans, mammografie en tumormarkers) op een maligniteit is NIET nodig bij patiënten met een idiopathische (spontane) veneuze trombo-embolie, omdat er geen bewijs is dat hierdoor hun prognose verbetert. Een zorgvuldig leeftijd-en geslachtsgerichte anamnese en lichamelijk onderzoek (inclusief rectaal toucher en mammaonderzoek) en laboratoriumonderzoek (bloedbeeld, AF, ASAT, LDH, Calcium), en X-thorax foto volstaat bij de huidige stand van zaken in de literatuur. Op indicatie kan uitgebreider onderzoek naar onderliggende maligniteit worden verricht.

 

Blue blocks with custom links